zuil
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van zuil?
zuil betekent: (bouwkunde) vrijstaand dragend bouwkundig object met grote lengte en beperkte ronde doorsnede
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) vrijstaand dragend bouwkundig object met grote lengte en beperkte ronde doorsnede
- groep mensen die binnen een samenleving verenigd zijn door hun religieuze of politieke overtuiging
Voorbeelden van "zuil" in een zin
- Bij het plein van Campo dei Tolentini met de marmeren zuilen van de neoklassieke gevel van San Nicola, waar de terrasjes uitgeklapt stonden, diende ik rechtdoor mijn weg te vervolgen.
- want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,
- De twintigste-eeuwse Nederlandse samenleving was opgedeeld in vier grote zuilen: de katholieke, de protestants-christelijke, de socialistische en de liberale.
Etymologie
* Uit Middelnederlands sūle, suul, uit Oudnederlands sūl, ontwikkeld uit Oergermaans *sūli-; misschien verwant met Grieks xúlon ‘hout’, Litouws šùlas ‘houten paal, stok’ en Oekraïens šúlo ‘id.’, wijzend op Indo-Europees *ḱs(e)ul- met vereenvoudiging van de anlaut (*ḱs- > *s-). Evenals Nederduits Süül, Duits Säule en Zweeds dial. sul.
Vertalingen
Engelscolumn, pillar
Franscolonne, pilier
DuitsSäule, Pfeiler
Spaanscolumna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek