zwaluwstaart
mannelijk (de)/ˈzwalywˌstart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een diepgevorkte relatief lange vogelstaart zoals van een zwaluwDeze vliegenvanger heeft een zwaluwstaart.
- de lange panden van een pandjesjasDe promovendus deed wat onhandig met zijn zwaluwstaart.
- (techniek) een verbinding tussen twee stukken hout of metaal bestaande uit uitstekende tapse delen die precies in elkaar passenEen kenmerk van een zwaluwstaart is het vermogen een trekkracht op te vangen.
- de puntige uiteinden van een vlag
- pleister in de vorm van een zwaluwstaart om wondranden naar elkaar toe te brengen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek