zwemhal

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rondom afgesloten gebouw met overdekt zwembad
    Het is halverwege de derde periode als de laptop van de dj in de zwemhal het begeeft. Ook dat nog! Het zwarte scherm betekent geen vrolijke klanken en opzwepende muziek meer uit de boxen. De derby verliest daarmee de enige sfeer die er nog was tijdens de eerste thuiswedstrijd van de waterpoloërs van Het Ravijn. Tubantia Ralph Blijlevens 17-10-17 [https://www.tubantia.nl/sport/een-waterpolo-derby-zonder-spetters-in-nijverdal~acaa9938/ Een waterpolo-derby zonder spetters in Nijverdal]
    Op haar tiende nam zij namens Kildare deel aan een groot zwemtoernooi in eigen land. Haar belangrijkste optreden tot dan toe. Die dag hoorde ze een buzz toen ze de zwemhal binnen liep. „It’s him! The olympic coach is in the building!” NRC Danielle Pinedo 9 april 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/09/ik-zat-gevangen-in-mijn-lichaam-en-geest-8040600-a1553869 ‘Ik zat gevangen in mijn lichaam en geest’]