zwengelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (laten) slingeren
- aan een zwengel draaienDe oude man zwengelde aan de waterpomp.
- (verouderd) (techniek) braken van vlas, d.w.z. de aanhangende houtdeeltjes met een zwengel verwijderen
Etymologie
*Afgeleid van "zwengel" “slinger” .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek