zweten

/ˈzwetə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid
    Hij zweette hevig nadat hij een stuk hardgelopen had.
    In Nederland is het warm, maar in Frankrijk en Spanje is het warmer, warmst. De hittegolven slaan toe in Zuid-Europa en toeristen puffen en zweten erop los. Hoe wapen je je onderweg naar je vakantiebestemming tegen de verzengende hitte? En hoe zorg je ervoor dat je koel blijft op de camping? NU.nl vroeg het enkele deskundigen.
  2. ov (ov) door de huid uitscheiden

Etymologie

*afgeleid van zweet

Uitdrukkingen

  • peentjes zweten

Vertalingen

Engelssweat
Spaanssudar, transpirar