Afsluitdijk

mannelijk (de)/ˈɑfslœyˌdɛik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) dijk tot het afsluiten van een stromend water of een binnenzee
    Er waren twee mogelijkheden om de Lauwerszee af te sluiten: het ophogen van de omliggende zeedijken of het aanleggen van een afsluitdijk.