Afsluitdijk
mannelijk (de)/ˈɑfslœyˌdɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) dijk tot het afsluiten van een stromend water of een binnenzeeEr waren twee mogelijkheden om de Lauwerszee af te sluiten: het ophogen van de omliggende zeedijken of het aanleggen van een afsluitdijk.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek