El

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eenheid, verouderd (eenheid), (verouderd) een oude lengtemaat gebaseerd op de lengte van de menselijke ellepijp, gewoonlijk 60 à 70 centimeter

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘Niño periodieke warme golfstroom in de Stille Oceaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989

Vertalingen

Engelsell, cubit
Fransaune
DuitsElle
Spaansyarda
Italiaansauna
Russischлокоть
Japansエル
Turksarşın
Poolsłokieć
Zweedsaln
Deensalen