Fun
mannelijk (de)/fʏn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oorzaak of toestand van vrolijkheidEn het antwoord op hun benauwde vragen was, dacht ik, eenvoudig. Heinz was fun, en dat kun je van de meeste mannen niet zeggen.Striphandelaar Benedikt Taschen ontdekte ‘het gat in de markt’: het met flair en fun uitgegeven plaatjesboek.
Etymologie
*van "fun"
Uitdrukkingen
- om de fun
- voor de fun
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek