Harer
/ˈharər/
Wat is de betekenis van Harer?
Harer betekent: (verouderd) van zij en ze als vrouwelijk enkelvoud
Betekenis
voornaamwoord
- (verouderd) van zij en ze als vrouwelijk enkelvoud
- (verouderd) van zij en ze als meervoud
voornaamwoord
- (verouderd) (f) (van) haar
- (verouderd) (van) haar
- (verouderd) (f) (van hun, (van) haar (meervoud)
- (verouderd) (van hun, (van) haar (meervoud)
Voorbeelden van "Harer" in een zin
- God, God! ontferm u harer, keer het kwaad van haar af indien zij te zwak is er weerstand aan te bieden.
- Nu toch rangschikken velen de huisvrouw onder de beroepsloozen, dat wil zeggen de onderhoudenen, en dit terwijl het meerendeel harer een lange dagtaak en de gehele persoonlijkheid eischende plichten heeft.
- „De captain van onze mooie provincie", aldus verwelkomde ceremoniemeester Arie Kranendonk harer majesteits hoogste vertegenwoordiger in de provincie.
- Wie bij Jacob het werk harer of zijner handen ziet, zal dat waarschijnlijk blijven koesteren.
- (…) dat hij ongherust is in velen die hij daertoe siet gaen vanweghen harer dissolutie in de cleedinghen ende andere dierghelijcke onstichticheijt.
Etymologie
*afgeleid van haar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek