Harer

/ˈharər/

Wat is de betekenis van Harer?

Harer betekent: (verouderd) van zij en ze als vrouwelijk enkelvoud

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) van zij en ze als vrouwelijk enkelvoud
  2. verouderd (verouderd) van zij en ze als meervoud
voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) (f) (van) haar
  2. verouderd (verouderd) (van) haar
  3. verouderd (verouderd) (f) (van hun, (van) haar (meervoud)
  4. verouderd (verouderd) (van hun, (van) haar (meervoud)

Voorbeelden van "Harer" in een zin

  • God, God! ontferm u harer, keer het kwaad van haar af indien zij te zwak is er weerstand aan te bieden.
  • Nu toch rangschikken velen de huisvrouw onder de beroepsloozen, dat wil zeggen de onderhoudenen, en dit terwijl het meerendeel harer een lange dagtaak en de gehele persoonlijkheid eischende plichten heeft.
  • „De captain van onze mooie provincie", aldus verwelkomde ceremoniemeester Arie Kranendonk harer majesteits hoogste vertegenwoordiger in de provincie.
  • Wie bij Jacob het werk harer of zijner handen ziet, zal dat waarschijnlijk blijven koesteren.
  • (…) dat hij ongherust is in velen die hij daertoe siet gaen vanweghen harer dissolutie in de cleedinghen ende andere dierghelijcke onstichticheijt.

Etymologie

*afgeleid van haar