Hul
mannelijk/vrouwelijk (de)/hʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) muts, vooral als dagelijkse klederdracht van boerinnen of nonnen
zelfstandig naamwoord
- verhoging in het landschap
- bosje of graszode
Etymologie
*[B] uitspraakvariant van "hil"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek