Hul

mannelijk/vrouwelijk (de)/hʏl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) muts, vooral als dagelijkse klederdracht van boerinnen of nonnen
zelfstandig naamwoord
  1. verhoging in het landschap
  2. bosje of graszode

Etymologie

*[B] uitspraakvariant van "hil"