Kiel
mannelijk (de)/kil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kledingstuk zonder voorsluiting dat het bovenlichaam bedekt en onder landbouwers populair was
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) wigvormig pennetje waarmee in toetsinstrumenten zoals een klavecimbel, een snaar wordt getokkeldDe kiel of plectrum werd vroeger van een ravenpen gemaakt.
- wigvormig uitgegraven sleuf in de bodem
- voorwerp dat in een spitse rand toeloopt
Etymologie
*[C] van Middelnederlands "kile"
Vertalingen
Engelskeel, blouse, overalls
Fransquille, plectr, bec
DuitsKiel, Kiel
Spaansquilla, blusa
Italiaanschiglia
Zweedsköl
Deenskøl
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek