Narcis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , bolgewassen uit de narcissenfamilie

Etymologie

*Leenwoord uit het Latijn, mogelijk een (eponiem) dat verwijst naar de mythologische figuur , maar dit werd door al betwijfeld; in de betekenis van ‘sierplant’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Vertalingen

Engelsdaffodil
Fransjonquille, narcisse
DuitsNarzisse
Spaansnarciso
Italiaanstrombone
Portugeesnarciso