narcist

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) iemand wiens gedrag wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen
    Mijn baas is een onverbeterlijke narcist
    Europa, sta op tegen Zonnekoning Trump, de ultieme gaslighter en met hubris vergiftigde narcist. [https://www.volkskrant.nl/columns-van-de-dag/europa-sta-op-tegen-zonnekoning-trump-de-ultieme-gaslighter-en-met-hubris-vergiftigde-narcist~bbc79bf3/ www.volkskrant.nl (22 feb 2025)]

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'Narcissus'