Wout
mannelijk (de)/wɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straattaal) politieagentEen ‘wout’ heeft een beschonken fietser aangehouden. De wout: "Ge het gin licht op…" De man: "Dè klopt… enkel donker."
Etymologie
*mogelijk van Middelnederlands "wout", misschien ook beïnvloed door de naam "Wout"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek