aangeschaft

/ˈaŋɣəˌsxɑft/

Betekenis

werkwoord
  1. van iets dat het gekocht is
    Voor het eerst trok de gewone man naar het zuiden, in zijn net aangeschafte 2 CV, Renault Dauphine of Simca Aronde - en een decennium later in een Citroën Ami of Peugeot 404. 'Parijs wordt een buitenwijk van Valence, een voorstad van Saint-Paul de Vence', zong Charles Trenet in 1955 in zijn klassieker Route Nationale 7.

Etymologie

* , op te vatten als