aangeven
/ˈaŋɣeˌvə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) aanreiken, in handen gevenKun je me de afstandsbediening aangeven?
- (ov) aanduidenHij gaf de zaken die hij besprak aan op het beeldscherm met een laserstokje.
- (ov) een (gezocht) persoon bij de autoriteiten meldenDe vrouwenmishandelaar werd door de buren aangegeven.Je moet het pasgeboren kind aangeven bij de gemeente.
Uitdrukkingen
- de toon aangeven — de leider zijn, bepalen welke richting het op gaat
Vertalingen
Engelshand, pass, indicate
Fransindiquer
Duitsangeben
Spaansentregar, indicar, denotar
Poolspodawać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek