aangezicht
onzijdig (het)/ˈaŋɣəˌzɪxt/
Wat is de betekenis van aangezicht?
aangezicht betekent: voorzijde van het hoofd, met daarin de ogen, neus en mond
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorzijde van het hoofd, met daarin de ogen, neus en mond
- (figuurlijk) manier waarop iets zich laat zien
Voorbeelden van "aangezicht" in een zin
- Aangezicht, borstkas en armen dienen natuurlijk enigszins op orde te zijn, maar zelfs daar verdraagt de ongedwongenheid van het thuiswerken zich met losbandige vrijetijdskleding en minimale persoonlijke hygiëne.
- {{ouds
- Ook veel bezoekers vinden het nagenoeg lege warenhuis een triest aangezicht.
- Het verbeteren van wijken begint met het verbeteren van het aangezicht van de wijk en van de huizen.
Etymologie
*van Middelnederlands "aneghesichte", in de betekenis van ‘gezicht’ voor het eerst aangetroffen in de 14e eeuw; op te vatten als
Uitdrukkingen
- in het aangezicht van
- Uit iemands aangezicht gesneden zijn. — Sterk lijken op iemand.
- Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht — wie zijn goede naam verliest komt in moeilijkheden
- van aangezicht tot aangezicht — vis-à-vis in een direct contact met iemand
Vertalingen
Engelsface
Fransvisage
DuitsGesicht, Angesicht
Spaansrostro, faz, cara
Japans顔
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek