aangrenzend
aŋˈɣrɛnzənt
Wat is de betekenis van aangrenzend?
aangrenzend betekent: rechtstreeks grenzend aan iets anders
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- rechtstreeks grenzend aan iets anders
werkwoord
- onvoltooid deelwoord van aangrenzen
Voorbeelden van "aangrenzend" in een zin
- Het huis bestaat uit lange gangen met aangrenzende vertrekken.
- Het aangrenzende winkelcentrum was nagenoeg leeg.
Etymologie
Voltooid deelwoord van aangrenzen.
Vertalingen
Duitsangrenzend
Engelsbordering, adjacent, adjoining, contiguous, neighbouring
Fransvoisin, limitrophe, avoisinant
Italiaanslimitrofo
Poolsgraniczacy
Spaansadyacente, aledaño, vecino, limítrofe, confinante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek