aanhoor
ˈanhor
Wat is de betekenis van aanhoor?
aanhoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhoren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhoren
Voorbeelden van "aanhoor" in een zin
- ... dat ik aanhoor.
Veelgestelde vragen over aanhoor
Wat is de betekenis van aanhoor?
aanhoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhoren
Hoe gebruik je aanhoor in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik aanhoor.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek