aanhoren
/ˈanhorə(n)/
Wat is de betekenis van aanhoren?
aanhoren betekent: (ov) horen naar iemand, luisteren
Betekenis
werkwoord
- (ov) horen naar iemand, luisteren
- (refl) zich ~: moeten nemen om iets te beluisteren
- (rcpq) elkaar ~: vaak beleefdheidshalve naar elkaar luisteren
Voorbeelden van "aanhoren" in een zin
- Mijn dochter kan best zingen maar haar gezang is niet om aan te horen.
- Je moet altijd je tegenstander met aandacht aanhoren, want daar kun je vaak wat nieuws van leren.
- Haar opmerkingen in de trend van ‘Jordie kan beter verliefd zijn op een meisje’ werden door de analisten met verbaasde gezichten aangehoord.
- Hij had zich dat eens aangehoord en besloot ook lid te worden.
- De aanklager en de verdediger hadden elkaar beleefd aangehoord, maar hun eisen verschilden grotelijks.
Uitdrukkingen
- ten aanhoren van: zodat het gehoord wordt door
Vertalingen
Engelslisten to, hear
Fransécouter, entendre
Duitsanhören, zuhören
Spaansescuchar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek