achtergrond

mannelijk (de)/ˈɑxtərˌɣrɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterlijk, hetgeen zich achter de voorgrond bevindt, vaak het aandachtspunt
    Pasfoto's hebben vaak een rustige achtergrond.
    Eenmaal aangekomen op de pas vermaakte ik me, net als de poedelnaakte Goldie, door foto’s te nemen terwijl we een handstand maakten met de betoverende Kings Canyon bergen op de achtergrond.
  2. figuurlijk, iets dat naar de achtergrond verdwijnt of raakt, iets dat uit de aandacht raakt (vaak doordat iets niet belangrijk gevonden wordt)
    Dat punt is naar de achtergrond geraakt.
  3. verleden van een persoon
    Dat komt door zijn achtergrond.
    Hij heeft een communistische achtergrond.
  4. de indirecte oorzaak van actualiteiten, de achterliggende oorzaak of betekenis
    Week en maandbladen richten zich vaak meer dan dagbladen op achtergronden.
    Toen men uiteindelijk onder begeleiding van de politie naar boven ging, lag daar Francisco, doorboord met kogels. Men heeft nooit geweten wat de achtergronden van zijn dood waren. Hij was alom geliefd. {{Aut|Sandes, David
    In onze tijd bestaat er een toenemende belangstelling, zowel voor de folklore als voor de achtergrond en de inhoud van de feesten. Temeer als die beleefd kunnen worden door het hele gezin en de hele groep, jong of oud.

Vertalingen

Engelsbackground
DuitsHintergrund
Spaansfondo
Zweedsbakgrund, fond
Deensbaggrund