achterhoede
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑxtərhudə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) de posities op het speelveld het dichtste bij het eigen doelAls kleine jongen speelde ik altijd in de achterhoede.
- de laatsten van een groepVaak moesten we meer dan een uur wachten op So it Goes, die zich niet goed voelde en steeds langzamer ging lopen. Barbie bleef altijd trouw bij haar, terwijl de anderen vooruitliepen om de weg te verkennen. Bij elke splitsing wachtten we op de achterhoede.
Etymologie
* In de betekenis van ‘achterste troepen van een leger’ voor het eerst aangetroffen in 1376
Vertalingen
Spaansretaguardia
Italiaansretroguardia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek