achterhoede

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑxtərhudə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) de posities op het speelveld het dichtste bij het eigen doel
    Als kleine jongen speelde ik altijd in de achterhoede.
  2. de laatsten van een groep
    Vaak moesten we meer dan een uur wachten op So it Goes, die zich niet goed voelde en steeds langzamer ging lopen. Barbie bleef altijd trouw bij haar, terwijl de anderen vooruitliepen om de weg te verkennen. Bij elke splitsing wachtten we op de achterhoede.

Etymologie

* In de betekenis van ‘achterste troepen van een leger’ voor het eerst aangetroffen in 1376

Vertalingen

Spaansretaguardia
Italiaansretroguardia