woorden
boek
Start
›
A
›
afmars
afmars
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈɑfmɑrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het weglopen van een militaire eenheid, het terugtrekken van een militaire eenheid
Synoniemen
aftocht
terugtocht
terugtrekking
vertrek
Antoniemen
opmars
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← afmarcheren
afmartelde →