afwaswater

onzijdig (het)/'ɑfwɑswatər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het sop waarin met het eetgerei schoonmaakt of -gemaakt heeft
    Je moet het afwaswater nog in de gootsteen gooien.
    Iedereen had duidelijke taken, ik moest altijd afwassen. Het afwaswater werd tijdens het eten op het vuur verwarmd waarmee ik na de maaltijd de aangekoekte pannen schoon schrobde.

Vertalingen

Engelsdishwater
Franseau de vaisselle
DuitsSpülwasser
Spaansagua de fregar