angstkreet

mannelijk (de)/'ɑŋstkret/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uit angst geslaakte kreet
    ' De jongen begon verheugd rond de vijver te lopen terwijl hij nadacht over wat hij zou wensen, maar voordat hij een besluit had genomen, sneed een angstkreet door de lucht.
    Als ze mij rennend aan zien komen, slaken ze een angstkreet, ze vluchten de trapjes op en schieten een van de hutten in.

Vertalingen

Engelscry of distress
Spaansgrito de miedo, grito de terror