anticlimax
mannelijk (de)/'ɑntiklimɑks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (letterkunde) een weinig spannende, soms teleurstellende ontknoping van het verhaal
- (letterkunde) een opsomming / stijlfiguur waarbij de opgesomde delen geleidelijk in kracht afnemen
- (figuurlijk) een onverwachte teleurstellingDe wedstrijd was een anticlimax.
Etymologie
*Afgeleid van climax
Vertalingen
Engelsanticlimax
Fransdéception
DuitsAntiklimax
Spaansanticlímax
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek