appetizer
mannelijk (de)/ˈɛpətɑjzər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein voorafje dat dient als smaakmakerLuxehotels, met alcohol overgoten prostitueebezoek en soms onderweg op het vliegtuig al een appetizer: de Belgische politie lijkt van het uitzetten van illegalen een feestje te maken. Tubantia Frans Boogaard 25-01-17 [https://www.tubantia.nl/buitenland/agenten-naar-prostituees-bij-uitzetten-van-illegalen~a30c39c6/ Agenten naar prostituees bij uitzetten van illegalen]Q’énosse: geniet er van stoofvlees met zoet brood en vraag of ze hun overheerlijke vissoep hebben. Bestel vooraf een paar appetizers. De Telegraaf 12 mei 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1106041/azoren-natuurexplosie Azoren; natuurexplosie]Bij wijze van appetizer mochten we al kennismaken met het stampende, van soul en gospel doordrenkte Rolling in the Deep, een track die op het album in dezelfde geest wordt voortgezet met Rumour Has It. Net als op Endlessly is hier een vrouw aan het woord die sinds wij drie jaar geleden voor het laatst van haar hoorden in de liefde sadder but wiser is geworden. HP de Tijd 28/01 | 2011 [https://www.hpdetijd.nl/2011-01-28/schaamteloos-oprecht/ Schaamteloos oprecht]
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek