armband
mannelijk (de)/ˈɑrᵊmˌbɑnt/
Wat is de betekenis van armband?
armband betekent: sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt
Voorbeelden van "armband" in een zin
- Zij had een prachtig gouden armbandje om haar rechterpols.
- In het ziekenhuis draagt iedere patiënt een armbandje met zijn naam erop.
- ‘Hallo, ik ben Joop. ’ Een hand met veel gouden ringen en bijpassende armband werd toegestoken.
Vertalingen
Engelsbracelet
Fransbracelet
Spaansbrazalete, pulsera
Italiaansbraccialetto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek