auditdienst

mannelijk (de)/'ɔːdɪdinst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afdeling van een organisatie die de eigen of andere organisaties controleert
    In een reactie op de oproep van Boink wijst Financiën erop dat Snel de Auditdienst Rijk gisteren gevraagd heeft het optreden van de Belastingdienst in kinderopvangtoeslagzaken te onderzoeken. Dat onderzoek moet teruggaan tot 2013.
    Alles wat zij tegenover de onafhankelijke Auditdienst Rijk (ADR) zouden vertellen over hun rol in de toeslagenaffaire zou buiten hun personeelsdossier blijven, en ook de gespreksverslagen zouden alleen binnen het ADR-onderzoek gebruikt mogen worden.
    Van lang niet al het geld is bekend waar het precies is gebleven. De Algemene Rekenkamer constateerde vorige maand dat het ministerie 40 procent van de 5,1 miljard euro die in 2020 is besteed, onrechtmatig heeft uitgegeven. Ook de Auditdienst Rijk noemt de financiële gang van zaken bij het ministerie "ernstig".