auditor

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toehoorder, iemand die lessen volgt maar geen examen aflegt
  2. beroep (beroep) uitvoerende van een audit, een controleur van een bedrijf zoals een accountant etc.

Etymologie

*afgeleid van het Engels of van het Latijnse audire (horen)