autoband
mannelijk (de)/ˈɑutoˌbɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een band voor een auto.De autoband was lek geraakt en werd vervangen door de reserveband.Dieper water, drijvende autobanden en twee glijbanen werden optimaal benut door luidruchtige tieners.Er gebeurden rare dingen in me wanneer we daar achter een paar struiken stonden en elkaar streelden zonder dat ze ook maar één keer mijn handen weghaalde. Het was niet alleen dat mijn hartslag toenam en ik een erectie kreeg, het was alsof ik werd opgepompt als een autoband en elk moment kon ontploffen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek