autocraat
mannelijk (de)/ɑutoˈkrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) iemand die de alleenheerschappij voertDe founding fathers hadden deze situatie niet voorzien, zegt Wehle. „Het systeem is niet opgetuigd met het idee dat een machtsbeluste, crimineel ingestelde autocraat het Witte Huis zou bereiken, en dat een van de twee partijen fascistisch zou worden. De grondwet is niet waterdicht, en nu faalt hij”. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/18/de-amerikaanse-democratie-sterft-niet-in-de-voorspelde-duisternis-maar-op-klaarlichte-dag-a4890503 www.nrc.nl (18 apr 2025)]
Vertalingen
Fransautocrate
Spaansautócrata
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek