autonoom

mannelijk (de)/ˌʌʊtoˈnom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anarchistische jongere in Nederland in de jaren tachtig van de twintigste eeuw
    De autonomen weigerden nooit een bijstandsuitkering te ontvangen van de verderfelijke overheid.
  2. politiek, techniek, filosofie, medisch, psychologie (politiek), (techniek), (filosofie), (medisch), (psychologie) op zichzelf staand, zelfstandig, onafhankelijk
    Google gaat zijn zelfrijdende auto’s leren meer als mensen te rijden. Dat betekent dat de autonome voertuigen bochten gaan afsnijden en over dubbele doorgetrokken strepen zullen rijden. [http://www.nu.nl/gadgets/4134911/zelfrijdende-google-auto-gaat-zich-meer-als-mens-gedragen.html www.nu.nl]
    De autonome ontwikkeling van kinderen is misschien wel belangrijker dan het gereguleerde onderwijs.
    Silicon Valley is in de ban van zogenoemde ‘AI agents’, die triviale taken overnemen. Het populaire OpenClaw is wel erg autonoom en zit „in de ideale positie om dingen te kapot te maken.”[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/03/snelgroeiende-autonome-ai-assistent-die-taken-van-gebruikers-overneemt-is-een-disaster-waiting-to-happen-a4919418 www.nrc.nl (3 feb 2026)]

Etymologie

*pseudo-Griekse (en Oudgriekse) samenstelling

Vertalingen

Engelsautonomous
Fransautonome
Duitsautonom
Spaansautónomo