bard

mannelijk (de)/bɑrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middeleeuwen, cultuur, dichtkunst, verouderd (middeleeuwen), (cultuur), (dichtkunst), (verouderd) een zanger en dichter bij de oude Kelten en Galliërs
    In die tijd waren er veel barden.
  2. dichtkunst, informeel (dichtkunst), (informeel) een dichter
    Ik houd helemaal niet van die bard.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘(Keltisch) dichter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1772

Vertalingen

Engelsbard
Fransbarde
DuitsBarde