minstreel

mannelijk (de)/ˈmɪnstrel/

Wat is de betekenis van minstreel?

minstreel betekent: (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middeleeuwen, cultuur, muziek, verouderd (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
  2. cultuur, muziek, verouderd (cultuur), (muziek), (verouderd) een langs herbergen, jaarmarkten rondtrekkend artiest, muzikant, zanger van liedjes en komediant

Voorbeelden van "minstreel" in een zin

  • Nog lang bleef het eigenaardige gezang van de minstreels in haar hoofd naklinken.
  • Met z'n grappen en vrolijke wijsjes bracht de minstreel het publiek in een uitgelaten stemming.

Betekenis en uitleg van minstreel

Een minstreel is een muzikant of dichter die in vroegere tijden rondtrok om verhalen en liederen ten gehore te brengen. Ze waren vaak te vinden aan de hoven van edelen of op markten, waar ze hun kunsten vertoonden en het nieuws van de dag meebrachten.

Het woord 'minstreel' wordt vaak gebruikt in een historische context of in literaire werken om een romantisch beeld te schetsen van reizende artiesten. Je kunt het gebruiken om het idee van een verhalenverteller of muzikant te benadrukken die niet alleen vermaakt, maar ook een culturele rol speelt. De nuance van het woord roept vaak een gevoel van nostalgie en avontuur op.

Voorbeelden

  • De minstreel zong prachtige ballades over verloren liefde en heroïsche daden tijdens het dorpsfeest.
  • In het kasteel luisterden de edelen aandachtig naar de minstreel die zijn verhalen uit verre landen vertelde.
  • Tijdens hun reis ontmoetten ze een oude minstreel die hen vertelde over de geschiedenis van de streek.

Woordoorsprong

Het woord 'minstreel' is afgeleid van het Latijnse 'ministerialis', wat 'dienaar' of 'helper' betekent. Dit verwijst naar de rol die deze artiesten speelden in de samenleving, vaak als entertainers aan het hof.

Veelgestelde vragen over minstreel

Wat is de betekenis van minstreel?

minstreel betekent: (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.

Hoeveel betekenissen heeft minstreel?

minstreel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft minstreel?

minstreel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van minstreel?

Synoniemen van minstreel zijn: meistreel, bard, fili, jongleur, rapsode.

Hoe gebruik je minstreel in een zin?

Voorbeeld: “Nog lang bleef het eigenaardige gezang van de minstreels in haar hoofd naklinken.

Etymologie

* via Middelnederlands "menestrele" en "menestrel" "dienaar" van Latijn "ministerialis" "hofdienaar", in de betekenis van ‘troubadour’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelstroubadour, minstrel, troubadour
Franstroubadour, troubadour
DuitsTroubadour, Spielmann
Poolstrubadurzy