beduusdheid
vrouwelijk (de)/bə'dysthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand onthutst en verbaasd isVanuit het raam van de werkkamer had Elena de vorige middag kunnen zien hoe Hildes beduusdheid in vertwijfeling en haar vertwijfeling in waanzin was veranderd.
Etymologie
*afleiding van beduusd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek