begeestering

vrouwelijk (de)/bə'ɣestərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een energiek gevoel van blije en/of emotionele betrokkenheid
    Helligen Hendrik verzorgt zondag een Oudejaarsconference in stadstheater De Bond in Oldenzaal. Humor, veel boosheid, begeestering en een vleugje melancholie komen bovendrijven in deze unieke oudejaarsvoorstelling in streektaal. Tubantia 28-12-07 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal/helligen-hendrik-in-stadstheater-de-bond~a92b9503/ Helligen Hendrik in Stadstheater De Bond]
    Het was *veelbetekend* hoe *elke media* *onwelwillig* reflecteerde op de krankjorume tekst van het Koningslied, over *wiens* begeestering de godganse participatiemaatschappij *zich streste*. Tubantia 18-12-13 [https://www.tubantia.nl/binnenland/een-przewalskipaardenmiddel~a407dfd2/ Een przewalskipaardenmiddel]
    Bovendien, vindt hij, bestaat het woord ‘geestig’ nauwelijks meer. ,,Geestig veronderstelt een geest, iets van spiritualiteit, van begeestering. Die ontbreekt. Kleinkunst is verworden tot een aaneenschakeling van zogenaamd grappige situaties. Het is lachen om burgerlijkheid zonder iets te doorgronden. Tubantia Arno Gelder 05-08-17 [https://www.tubantia.nl/overig/neerlands-hoop-satire-is-tegenwoordig-morsdood~afc6874a/ Neerlands Hoop: 'Satire is tegenwoordig morsdood']

Etymologie

* van begeesteren