berokkenen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de oorzaak zijn van iets, iemand iets aandoenEen atoombom kan erg veel schade berokkenen.βZij is het levende bewijs dat blondjes ook verdraaide slim kunnen zijn. βCoby gaf hem een speelse tik tegen zijn schouder, waarbij ze er wel voor zorgde dat haar lange, rode nagels beide partijen geen schade berokkenden.
Etymologie
*afgeleid van het Middelnederlandse rokken
Vertalingen
Engelscause
Franscauser
DuitszufΓΌgen, bereiten
Spaansocasionar, causar, irrogar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek