berokkenen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de oorzaak zijn van iets, iemand iets aandoen
    Een atoombom kan erg veel schade berokkenen.
    ‘Zij is het levende bewijs dat blondjes ook verdraaide slim kunnen zijn. ’Coby gaf hem een speelse tik tegen zijn schouder, waarbij ze er wel voor zorgde dat haar lange, rode nagels beide partijen geen schade berokkenden.

Etymologie

*afgeleid van het Middelnederlandse rokken

Vertalingen

Engelscause
Franscauser
Duitszufügen, bereiten
Spaansocasionar, causar, irrogar