bezorgen

/bəˈzɔrɣə(n)/

Wat is de betekenis van bezorgen?

bezorgen betekent: (ditr) iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
  2. ov (ov) bij iemand veroorzaken
  3. ov (ov) goederen op een bepaalde plaats brengen, bestellen
  4. ov (ov) verschaffen

Voorbeelden van "bezorgen" in een zin

  • Hij kreeg een groot pak bezorgd.
  • Je bezorgt me hartkloppingen met dat lawaai.
  • De schade en het verdriet die ze daarmee aan derden bezorgde waren compleet ondergeschikt.
  • Ik bezorg iedere week de boodschappen bij de mensen thuis.
  • Ik kan je alles bezorgen wat je nodig hebt.

Etymologie

*afgeleid van zorgen

Vertalingen

Engelsdeliver, cause, produce
Franslivrer, porter
Duitsliefern
Spaansprocurar, entregar, causar