bezorgen
/bəˈzɔrɣə(n)/
Wat is de betekenis van bezorgen?
bezorgen betekent: (ditr) iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
Betekenis
werkwoord
- (ditr) iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
- (ov) bij iemand veroorzaken
- (ov) goederen op een bepaalde plaats brengen, bestellen
- (ov) verschaffen
Voorbeelden van "bezorgen" in een zin
- Hij kreeg een groot pak bezorgd.
- Je bezorgt me hartkloppingen met dat lawaai.
- De schade en het verdriet die ze daarmee aan derden bezorgde waren compleet ondergeschikt.
- Ik bezorg iedere week de boodschappen bij de mensen thuis.
- Ik kan je alles bezorgen wat je nodig hebt.
Etymologie
*afgeleid van zorgen
Vertalingen
Engelsdeliver, cause, produce
Franslivrer, porter
Duitsliefern
Spaansprocurar, entregar, causar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek