beschikking

vrouwelijk (de)/bəˈsxɪkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de macht om over iets te beschikken
    Ik stel je dit vanaf nu ter beschikking.
    Op 23 april, Wereldboekendag, maakt de jury de winnaar bekend in Houtzaagmolen De Ster in Utrecht. Uitgevers en begunstigers van de Stichting Filter stellen het prijzengeld, waarvan de hoogte nog onbekend is, ter beschikking. Onder de eerdere winnaars zijn Robbert-Jan Henkes (Russisch), Martin de Haan (Frans) en Jos Vos (Japans).
  2. juridisch (juridisch) een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt
    Dit wordt gedaan bij ministeriële beschikking.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van beschikken .

Vertalingen

Engelsdisposition
Spaansdisposición, provisión