bespelen
/bəˈspelə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) muziek maken op een muziekinstrumentMijn oma bespeelt een piano.
- (ov) iemand tot iets aanzetten, invloed hebben opDe nieuwe medewerker liet zich makkelijk bespelen.De politicus wist zijn publiek meesterlijk te bespelen.
Etymologie
*Afgeleid van spelen .
Vertalingen
Engelsplay
Spaanstocar, tañer
Poolsgrać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek