beul
mannelijk (de)/bøl/
Wat is de betekenis van beul?
beul betekent: (beroep) traditioneel de uitvoerder van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) traditioneel de uitvoerder van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
- (pejoratief) wreedaard
Voorbeelden van "beul" in een zin
- De kundige beul liet de misdadigers niet te lang lijden.
- Deze wielrenner was een echte tempobeul die de andere renners uitputte.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands bōdel, boele ‘gerechtsbode, -diener’, ontwikkeld uit West-Germaans *budilaz ‘bode’, met achtervoegsel *-ila uit de nultrap van de wortel van *beudan- ‘bieden’, waarvoor zie bieden. Evenals Nederduits Bödel ‘gerechtsdienaar; scherprechter’, Duits Büttel ‘gerechtsdienaar’, Fries boal, beul en Oudengels bydel ‘bode, heraut’.
Vertalingen
Engelsexecutioner, hangman, brute
Fransbourreau, bourreau, boucher
DuitsHenker, Scharfrichter, Rohling
Spaansverdugo, verdugo, bruto
Italiaansboia, carnefice, bruto
Russischпалач, чудовище, жестокий человек
Zweedsbödel, skarprättare, bödel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek