beun
mannelijk/vrouwelijk (de)/bøn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verhoogde vloer van planken
- vloer net onder het dank van een gebouw
- (visserij) afgezonderde ruimte waar het water kan in- en uitstromen, gebruikt om gevangen vis levend te bewarenDit kan een ruimte onderin in een vissersboot zijn of een losse drijvende bak.
- (scheepvaart) ruim om bagger, zand of stenen in te vervoeren
Etymologie
*: "beunen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek