beweging
vrouwelijk (de)/bəˈweɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in de staat verkeren waarin de locatie steeds verandertNa de tussenstop kwam de trein weer in beweging.`Dat alles beweging is. Stilstand bestaat niet. Er bestaan alleen te veel woorden.'
- van plaats/positie veranderenDe beweging van voorwerpen wordt beschreven door de wetten van Newton.Maar de slang maakte geen aanstalten om te vertrekken. Ik schopte wat stof zijn kant op en tot mijn verbazing kwam ze opeens in beweging.Zijn bewegingen zijn resoluut, zijn kin is hoog geheven. Wat Albert vooral ziet, is de heldere en directe blik van de luitenant. Een en al vastberadenheid. Opeens wordt hem alles duidelijk, alles {{Aut|Lemaitre, Pierre
- een organisatieHij had zich aangesloten bij een politieke beweging.
- uit eigen beweging: zonder aansporing of druk van anderenDe student had alle opgaven uit eigen beweging gemaakt.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bewegen .
Uitdrukkingen
- uit eigener beweging
Vertalingen
Engelsmotion, movement, movement
Spaansmovimiento, movimiento, movimiento
Poolsruch, ruch, ruch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek