woorden
boek
Start
›
B
›
bezoekdag
bezoekdag
mannelijk (de)
/bə'zuɡdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
dag dat men iets of iemand kan of mag bezoeken
Verwante woorden
bezocht
bezochte
bezochten
bezoden
bezoedel
bezoedeld
bezoedelde
bezoedelden
bezoedelen
bezoedelend
bezoedelende
bezoedeling
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bezoekcommissie
bezoekdagen →