bezoeker

mannelijk (de)/bəˈzukər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die iemand of iets bezoekt
    De nieuwe website heeft gemiddeld 1400 bezoeker per maand.
    Het personeel stelde het op prijs als bezoekers voor dit tijdstip hun neus niet lieten zien.

Etymologie

*afgeleid van bezoeken

Vertalingen

Engelsvisitor
Fransvisiteur
DuitsBesucher
Spaansvisitante, visitador