bezoeker
mannelijk (de)/bəˈzukər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon die iemand of iets bezoektDe nieuwe website heeft gemiddeld 1400 bezoeker per maand.Het personeel stelde het op prijs als bezoekers voor dit tijdstip hun neus niet lieten zien.
Etymologie
*afgeleid van bezoeken
Vertalingen
Engelsvisitor
Fransvisiteur
DuitsBesucher
Spaansvisitante, visitador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek