woorden
boek
Start
›
B
›
bezoekfrequentie
bezoekfrequentie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het aantal keren per tijdseenheid dat iemand iets bezoekt
Verwante woorden
bezocht
bezochte
bezochten
bezoden
bezoedel
bezoedeld
bezoedelde
bezoedelden
bezoedelen
bezoedelend
bezoedelende
bezoedeling
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
📖 Synoniemen van bezoekfrequentie
← bezoekertjes
bezoekfrequenties →
Meer woorden met B
b'tjes
B-films
baaldag
baancafeetje
Baanders
baanpersoneel
baanschuiver
Baanstraat
baanstropers
baantje