blaaskaak

mannelijk (de)/ˈblaskak/

Wat is de betekenis van blaaskaak?

blaaskaak betekent: (pejoratief) iemand die altijd opschept over zichzelf zonder dat daar echt reden voor is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) iemand die altijd opschept over zichzelf zonder dat daar echt reden voor is

Voorbeelden van "blaaskaak" in een zin

  • Macron heeft ditmaal gewonnen. Maar daardoor is de crisis van de sociaaldemocratie nog niet opgelost. Labour ligt in het Verenigd Koninkrijk op sterven. Met de PvdA gaat het nauwelijks beter. En Donald Trump, een gevaarlijke blaaskaak zonder enige politieke ervaring, werd president door het ‘echte volk’ op te hitsen tegen culturele elites, bankiers, buitenlanders, immigranten en internationale instituties. de Standaard 10 mei 2017
  • Ik ben geen blaaskaak. Ga liever om met Piet, Jan en Klaas dan met bobo’s. Tubantia D. Janssen 4 januari 2013
  • Vanavond werd ik verplicht om naast graaf Bryston plaats te nemen, een pretentieuze blaaskaak die zeer weinig aan het hof is geweest. Hij is de bestuurder van een of ander godverlaten moerasland in het noorden en verkeert blijkbaar in de veronderstelling dat hij, vanwege de loyaliteit van zijn voorouders aan het koningshuis, over de koninklijke familie mag zeggen wat hij wil.

Betekenis en uitleg van blaaskaak

Een blaaskaak is iemand die graag opschept of zichzelf belangrijker maakt dan hij of zij daadwerkelijk is. Het woord heeft een speelse, soms licht negatieve bijklank en verwijst naar een persoon die veel praat, maar niet altijd de inhoud of diepgang heeft.

Je gebruikt het woord 'blaaskaak' vaak in informele situaties, bijvoorbeeld als je iemand beschrijft die veel praat over zijn prestaties zonder dat daar substantie achter zit. Het kan ook een luchtige manier zijn om te zeggen dat iemand zich te veel in de kijker speelt. Het woord heeft een humoristische ondertoon, maar kan ook als beledigend worden ervaren als het serieus bedoeld is.

Voorbeelden

  • Tijdens het feestje was er een echte blaaskaak die iedereen vertelde over zijn avonturen in het buitenland, maar niemand geloofde hem echt.
  • Als je een blaaskaak bent, moet je oppassen dat je niet te veel praat over jezelf en ook naar anderen luistert.
  • De coach noemde hem een blaaskaak omdat hij altijd opschepte over zijn talenten zonder echte resultaten te laten zien.

Woordoorsprong

Het woord 'blaaskaak' is samengesteld uit 'blazen', wat verwijst naar het opscheppen, en 'kaak', wat kan duiden op praten. Het suggereert iemand die veel praat, maar niet altijd met inhoud.

Veelgestelde vragen over blaaskaak

Wat is de betekenis van blaaskaak?

blaaskaak betekent: (pejoratief) iemand die altijd opschept over zichzelf zonder dat daar echt reden voor is

Welk woordgeslacht heeft blaaskaak?

blaaskaak is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van blaaskaak?

Synoniemen van blaaskaak zijn: opschepper, snoever, bluffer, opsnijder, pocher.

Hoe gebruik je blaaskaak in een zin?

Voorbeeld: “Macron heeft ditmaal gewonnen. Maar daardoor is de crisis van de sociaaldemocratie nog niet opgelost. Labour ligt in het Verenigd Koninkrijk op sterven. Met de PvdA gaat het nauwelijks beter. En Donald Trump, een gevaarlijke blaaskaak zonder enige politieke ervaring, werd president door het ‘echte volk’ op te hitsen tegen culturele elites, bankiers, buitenlanders, immigranten en internationale instituties. de Standaard 10 mei 2017

Etymologie

* , in de betekenis van ‘snoever’ voor het eerst aangetroffen in 1562