blauwgroen

onzijdig (het)/ˈblɑuɣrun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6004 (  ).
    Kunt u die panelen ook leveren in blauwgroen?
    Heeft u die ook in het blauwgroen?
  2. in een tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6004 (  ).
    De zijkant was een egaal blauwgroen vlak.
    Hij rijdt in een blauwgroene auto.

Vertalingen

Engelsblue green
Fransvert bleu
DuitsBlaugrün, blaugrün
Spaansverde azulado
Italiaansverde bluastro