boemerang
mannelijk (de)/'bumərɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gebogen werpstok die de neiging heeft, als het geen doel getroffen heeft, terug te keren naar de werperDe oorspronkelijke bevolking van Australië heeft de boemerang uitgevonden .
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘werpknots’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889
Vertalingen
Engelsboomerang
DuitsBumerang
Spaansbumerán
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek